
Geen minimumbedrag
Het recht op een stagevergoeding wordt wettelijk vastgelegd, maar zonder minimumbedrag. Sectoren en stagebedrijven bepalen zelf de hoogte van de vergoeding, zodat afspraken passen bij de kenmerken van elke sector. Volgens het kabinet zou een verplicht minimumbedrag er bovendien toe kunnen leiden dat werkgevers minder stageplekken aanbieden. Wel komt in de wet de mogelijkheid om later alsnog een minimumbedrag vast te stellen, als sectorafspraken onvoldoende opleveren — bijvoorbeeld wanneer vergoedingen heel laag blijven.
Korte stages en stages in het buitenland vallen buiten de regeling. De verplichting geldt voor stages die onderdeel zijn van het onderwijsprogramma.
Breder pakket voor stagekwaliteit
De verplichte stagevergoeding maakt deel uit van een breder pakket maatregelen om de kwaliteit van stages te versterken. Zo wil het kabinet ook de begeleiding van studenten verbeteren en wordt een stageovereenkomst — net als nu al in het mbo — verplicht in het hbo en wo.
Minister Letschert stelt dat stages essentieel zijn in de opleiding en de voorbereiding op de arbeidsmarkt, en dat die inzet erkenning en waardering verdient, ook financieel.
Lange aanloop
Studenten pleiten al jaren voor een vergoeding voor stagiairs. Eerder werden al stappen gezet: werkgevers en de Vereniging Hogescholen sloten in 2025 een nieuwe Stagecode HBO, en in het Stagepact mbo (2023–2027) werd afgesproken dat stagevergoedingen voor mbo-studenten gelijk moeten zijn aan die van hbo- en wo-studenten. Toch krijgen vooral mbo-studenten nog te vaak geen vergoeding.
Na het zomerreces gaat het kabinet met de Tweede Kamer in gesprek over de uitwerking. Het wetsvoorstel gaat naar verwachting begin 2027 in internetconsultatie.
Wat betekent dit voor werkgevers?
Bedrijven die stagiairs aannemen, krijgen straks de wettelijke plicht een vergoeding te betalen. De hoogte mag per sector of bedrijf verschillen, maar wie nu nog geen vergoeding betaalt, moet zich hierop voorbereiden. Sectoren die de vergoeding al in de cao hebben geregeld, voldoen waarschijnlijk al aan de nieuwe eis.
Bron: Rijksoverheid