Laat Arbeidsinspectie en Wtta eerst hun werk doen
Minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil de vleessector verbieden om nog met uitzendkrachten te werken. De NBBU noemt dat besluit disproportioneel: het raakt juist de bonafide ondernemers die misstanden niet veroorzaken.

De minister maakte het voornemen vrijdag na afloop van de ministerraad bekend. Volgens de NBBU is een sectoraal verbod overbodig, omdat er al wetgeving klaarligt die de uitleenmarkt transparant moet maken: de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta), die over een halfjaar in werking treedt. Door daar nu een verbod bovenop te leggen dat op zijn vroegst in 2028 ingaat, ondermijnt het kabinet volgens de brancheorganisatie zijn eigen wet en creëert het rechtsonzekerheid bij ondernemers.
Goedwillende bedrijven betalen de rekening
Een algemeen inhuurverbod is volgens de NBBU een bot instrument dat niet alleen de rotte appels raakt, maar de hele branche. NBBU-leden voldoen aan het SNA- en SNF-keurmerk en werken volgens de uitzendcao. Zij worden gestraft voor misstanden die zij niet hebben veroorzaakt. Misstanden moeten volgens de organisatie worden bestreden met gerichte handhaving door de Arbeidsinspectie (NLA) en het weren van malafide bureaus, niet met een verbod op een legitieme arbeidsvorm.
Ongelijk speelveld en waterbedeffect
De NBBU wijst er ook op dat een sectoraal verbod een ongelijk speelveld oplevert: andere sectoren mogen wél uitzendkrachten blijven inzetten. Bovendien dreigt een waterbedeffect, waarbij werk verschuift naar minder transparante constructies. Daarmee zou de kwetsbare positie van arbeidsmigranten juist verslechteren.
Oproep aan het kabinet
De NBBU steunt een harde aanpak van malafide bureaus, maar roept het kabinet op te vertrouwen op bestaande wet- en regelgeving, de handhaving door de NLA en de transparantie die de Wtta gaat bieden — en het uitzendinstrument niet overboord te gooien.
Bron: NBBU