Flexwerkers krijgen vanaf 1 januari 2028 meer zekerheid over hun inkomen en werktijd. De Eerste Kamer stemde dinsdag 7 juli in met de Wet meer zekerheid flexwerkers van minister Hans Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid). Nederland telt 2,7 miljoen mensen met een flexcontract — bijna 3 op de 10 werknemers — het hoogste aandeel van Europa.
| Type contract | Aantal (Q1 2026) |
|---|---|
| Tijdelijk, 1 jaar of langer | 399.000 |
| Tijdelijk, korter dan 1 jaar | 283.000 |
| Totaal bepaalde tijd (excl. uitzend/oproep) | 682.000 |
| Uitzendkrachten (ter vergelijking) | 331.000 |
| Oproep-/invalkrachten (ter vergelijking) | ruim 1.000.000 |
Bron: CBS, 23 juni 2026.
Minder draaideurconstructies
De wet moet voorkomen dat werkgevers werknemers langdurig op tijdelijke contracten laten doorwerken. Nu mag een werkgever iemand na drie tijdelijke contracten al na zes maanden opnieuw tijdelijk in dienst nemen. Die termijn wordt verlengd naar drie jaar, waardoor bijna alle draaideurconstructies onmogelijk worden.
Bandbreedtecontract vervangt nulurencontract
Het nulurencontract verdwijnt. Daarvoor in de plaats komt een bandbreedtecontract met een afgesproken minimum- en maximumaantal uren, met een verschil van maximaal 30%. Bij een minimum van 10 uur ligt het maximum dan op 13 uur. Werknemers mogen oproepen boven dat maximum weigeren. Wordt structureel meer gewerkt, dan moet de werkgever een contract met meer uren aanbieden. Voor mensen met een bijbaan naast een andere hoofdactiviteit — zoals AOW-gerechtigden, scholieren en studenten — geldt een uitzondering.

Gelijke voorwaarden voor uitzendkrachten
Uitzendkrachten krijgen recht op minimaal gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als werknemers die regulier in dienst zijn. Voor beloning volgde dit al uit een uitspraak van het Europees Hof van Justitie; nu wordt het voor alle arbeidsvoorwaarden in de Nederlandse wet vastgelegd. Dit onderdeel treedt eerder in werking, op 31 december 2026. Ook worden de meest onzekere fases van uitzendwerk verkort, en krijgt de minister de bevoegdheid om in te grijpen bij structurele onderbetaling in de uitzendsector.
Onderdeel van breder arbeidsmarktpakket
De wet is het tweede aangenomen wetsvoorstel uit het arbeidsmarktpakket, na de eerder aangenomen wet rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief. De voorstellen vloeien voort uit afspraken die het kabinet in 2023 maakte met werkgevers en vakbonden, gebaseerd op het rapport van de commissie Borstlap (2020) en het SER-advies (2021).
Bron: Rijksoverheid